Zwerfafval

Hebt u ooit iemand op heterdaad betrapt die langs een afrit van een snelweg of aan de rand van een bos of waar dan ook, afval dumpt. Ik niet. Hebt u wel eens iemand gesproken die ruiterlijk toegeeft afval langs de weg te deponeren. Ik niet. Ik heb wel eens een oudere dame gezien, die met ware doodsverachting afval opruimde in de bocht van een afslag van de autosnelweg. Ik heb ook wel eens uit eerste hand vernomen, dat vrouwen op leeftijd hun wandeling steevast doen vergezellen van een plastic zakje om zwerfafval op te ruimen. Dat vind ik prima werk dames; ik hoop alleen dat er een dag komt, dat overheidsdienaren uw werk gaan overnemen.

Gisteren zag ik op het gebied van afvalverwijdering iets heel anders. Het speelde zich af op een kleinere parkeerplaats, aan de rand van onze stad. Het was half maart, maar bitterkoud. Er stond een auto met draaiende motor. Uit een openstaand raampje kwamen wolken witte rook. Dat kwam niet uit de knalpot, maar uit een waterpijp. Er zaten twee jongens in deze auto met Belgisch nummerbord. Ze rookten zich om welke reden dan ook rustig, het was zondagmiddag en je moet toch wat doen. Op datzelfde parkeerplaatsje aan de rand van die stad liepen twee jonge kinderen, dunnetjes gekleed, kennelijk bestand tegen de koude met in hun blote knuistjes plastic zakjes. Ze ruimden afval. Niet in opdracht, maar als een soort van spel. Kinderen horen ook wel eens wat, kunnen in korte tijd overtuigd zijn van een roeping en vertonen dan een soort van kracht gevoed door hun ongeremde fantasie om de wereld in luttele minuten van afval te bevrijden en dat lukte.In vijf minuten was de parkeerplek schoon, inclusief de waterpijp rokende adolescenten.  Met een rot gang vertrokken zij. Hun rust was wreed verstoord door het overweldigend goede gedrag van deze kinderen, zich mogelijk realiserend, dat ook zij ooit hun idealen hadden, die door de grote mensen wereld was verstoord. Pijn en teleurstelling alleen nog verwerkend middels een waterpijp op de zondagmiddag, om morgen hopelijk weer over te gaan op de orde van de werkweek.            De zakken van doorzichtig plastic helemaal vol overhandigden de kinderen hen als jachttrofeeën aan een van de ouders. Zij kunnen morgen hun triomfen vieren in het kringgesprek, ze zijn gelukkig nog te jong om weg gefloten te worden. Er resteren echter nog twee puntjes. De ouders, die middels onze befaamde restzak betaald dit afval moeten verwijderen, wat anderen gratis op straat gooien en het tweede niet onbelangrijk punt: de overheid. Worden deze kinderen niet ontmoedigd, zolang zij het afvalvandalisme niet of afdoende bestrijdt. Ik zal de minister van milieu en afval hierop schriftelijk bevragen.